Spouwankers in een hsb binnenspouwblad

Voor het aanbrengen van spouwankers in een houtskeletbouw (hsb) binnenspouwblad gelden extra aandachtspunten.

In het november nummer van Aannemer (2016) hebben wij het artikel over spouwankers in de Nederlandse bouw geschreven. Dit was een algemeen artikel over de basis uitgangspunten en aandachtspunten die vastliggen in de Nederlandse regelgeving met betrekking tot spouwankers in gevelmetselwerk. In dit artikel wordt alleen vermeldt dat er speciale ankers op de markt zijn voor het verankeren in hsb binnenbladen. Natuurlijk gelden alle algemene regels voor het toepassen van spouwankers in gevelmetselwerk ook voor het gevelmetselwerk waar een hsb binnenspouwblad achter staat. Maar: voor het verankeren in een hsb binnenspouwblad gelden nog meer aandachtspunten.

Om te beginnen met de algemene conclusie van het eerste artikel: belangrijke aspecten die bij ieder metselwerkvlak aangehouden moeten worden met betrekking tot spouwankers zijn:

  • Houd in basis altijd aan dat de toe te passen kwaliteit RVS AISI 316 (A4), of gelijkwaardig, dient te zijn;
  • Laat het minimaal toe te passen aantal ankers, per situatie, uitrekenen en vastleggen, dit is tevens verplicht volgens de Eurocode;
  • Indien mogelijk, laat een verankeringspatroon uitwerken voor het project om een zo optimaal mogelijk spanningsverloop in uw metselwerk te krijgen.

Spouwankers per m2

In de NPR 9096-1-1 art. 6.5 wordt de rekenwaarde voor de opneembare horizontale belasting bepaald. In deze berekening wordt in de constante ca onderscheid gemaakt in de achterconstructie waartegen het spouwblad bevestigd wordt, te weten:

  • 1,5 voor situaties waarbij sprake is van een gesteund binnenblad met een buigstijfheid die ten minste tweemaal zo groot is als de buigstijfheid van het buitenblad. De buigstijfheid mag worden gebaseerd op het traagheidsmoment van de ongescheurde doorsnede en de elasticiteitsmodulus volgens 3.7.2 van NEN-EN 1996-1-1 of tabel 3.1 van NEN-EN 1992-1-1.
  • 3,0 voor situaties waarbij sprake is van een niet-dragend binnenblad dat aan de bovenzijde niet in horizontale richting uit het vlak van de wand wordt gesteund en waarbij het buitenblad ter plaatse van de vloerranden ook niet is voorzien van een horizontale koppeling met de vloerrand;
  • 2,0 in de overige gevallen.

Het aantal spouwankers per vierkante meter voor een hsb binnenspouwblad mag dus nooit uitgerekend worden met een ca constante van 1,5. Daar waar hsb-elementen aan de bovenzijde niet gesteund worden en waar het buitenblad niet gekoppeld kan worden aan de vloerrand moet een waarde van 3,0 aangehouden worden. Over het algemeen is aan beide of één van de beide voorwaarden van 3,0 wel voldaan en mogen spouwankerberekeningen met een hsb binnenspouwblad uitgerekend worden met een ca constante van 2,0.

Het gebruik van CUR-aanbeveling 71 is bij hsb binnenspouwbladen niet toegestaan. Eén van de voorwaarden die gelden voor de toepassing van de aanbeveling is: “Alle grafieken gelden voor spouwmuren met buitenspouwbladen in metselmortel. In de binnenspouwbladen kan zowel metselmortel als lijmmortel zijn toegepast”.

Voor alle binnenspouwbladen waar metselwerk aan verankerd wordt, gelden enkele voorwaarden. Eén van deze voorwaarden is de maximale, bijkomende doorbuiging van de binnenspouwbladen. Als uitgangspunt wordt doorgaans aangehouden dat de maximale, bijkomende doorbuiging van de binnenspouwbladen maximaal 1/1000 van de overspanning mag zijn (afkomstig uit de CUR-aanbeveling 82 art 7.3), met een maximum van 4mm. Indien de doorbuiging meer is dan is het binnenspouwblad dusdanig slap dat er een grote kans is dat het bakstenen gevelmetselwerk eerst gaat scheuren, alvorens samen te gaan werken met het binnenspouwblad.

Stijlen

Het berekende aantal spouwankers dient ook nog aangebracht te kunnen worden in de stijlen van de hsb-elementen. Hiervoor dienen er voldoende stijlen aanwezig te zijn en ook nog op posities waar het metselwerk ook inderdaad verankerd moet en kan worden. Dit is vooral van belang in het geval van penanten en borstweringen, waarin minimaal 2 rijen spouwankers per penant of borstwering aangebracht moeten worden (bij voorkeur verspringend).

Het verankeren in stelkozijnen is overigens nooit gewenst, met name om het verankeren door slabben zoveel mogelijk te voorkomen en tevens ook om het schuin plaatsen van ankers te voorkomen. De stijlen direct naast openingen mogen dan ook niet gebruikt worden voor het verankeren van het gevelmetselwerk. Over het algemeen blijven er dan in penanten weinig tot geen mogelijkheden over om te verankeren. Tijdens de voorbereiding en bij de uitwerking van de hsb-elementen dient hier rekening mee gehouden te worden. Indien mogelijk kan er natuurlijk wel naar een betonnen bouwmuur tussen de hsb-elementen in verankerd worden. Alternatief is de hsb-elementen voorzien van een multiplex plaat waar de spouwankers in aangebracht kunnen worden. Of het plaatsen voldoende brede liggers van voldoende dikte in de betreffende penanten waar te weinig plaats is voor extra stijlen waar de spouwankers, op lagenmaat!, in aangebracht kunnen worden.

Voor de borstweringen geldt nog aanvullend dat het van belang is om een zo optimaal mogelijke verdeling van de spouwankers te realiseren. Over het algemeen zou een h.o.h. afstand van maximaal 500mm tussen de stijlen in de hsb-elementen ideaal zijn om tot een goed verankeringspatroon te komen.

Aanbrengen van ankers

Natuurlijk geldt voor alle stijlen, en regels, in hsb-elementen dat deze qua kwaliteit en afmetingen ook geschikt dienen te zijn voor het verankeren van spouwankers. De aan te bevelen ankers voor verankering van gevelmetselwerk in hsb binnenspouwbladen zijn UNI-HSB (boor)spouwankers. Deze zijn verkrijgbaar in rond 4 en 5 mm en vanzelfsprekend in een RVS AISI 316 (A4) kwaliteit, variërend in lengtes van 160 tot 400 mm. Met deze lengtes kan een spouwbereik van 40 tot 310 mm verankerd worden. Voor de verankeringslengte van de spouwankers gelden de volgende voorwaarden: de minimale indraaidiepte in het binnenblad is 40mm, de minimale inlegdiepte in het buitenblad is 45 tot 75mm. Wanneer er in watervast multiplex wordt verankerd is de indraaidiepte minimaal 24mm.

Natuurlijk dient er wel rekening mee gehouden te worden dat de spouwankers in het midden van de stijlen van het hsb-element geplaatst worden en deze stijlen niet mogen splijten tijdens het inschroeven, want het moge duidelijk zijn dat het spouwanker dan geen uitreksterkte meer heeft. Tevens dienen de stijlen voldoende breed te zijn voor het plaatsen van een spouwanker. Bij een breedte van 40mm kunnen spouwankers van rond 4mm in het midden ingeschroefd worden zonder voor te boren. Hier dient dus wel voldoende rekening mee gehouden te worden tijdens de uitwerking van de hsb-elementen. Wanneer er folies of plaatmateriaal aan de buitenzijdes van de hsb-elementen geplaatst worden adviseren wij het hart van de stijlen over te laten nemen aan de buitenzijde van het element om zo altijd in het hart van de stijlen te kunnen verankeren.
Het is tevens mogelijk om rechtstreeks in het plaatmateriaal te verankeren van een hsb-element. Echter moet dit plaatmateriaal dan minimaal 24mm constructief multiplex te zijn, zodat voldoende uittreksterkte van de spouwankers gerealiseerd kan worden.

Bouwfysische eisen

Ook in het geval van hsb-elementen dient er rekening gehouden te worden met bouwfysische eisen die gesteld worden aan het project. Wanneer een hsb-element bij een woningscheidende wand doorloopt en daar dus bouwfysische eisen gelden, dan dient hier rekening mee gehouden te worden tijdens het uitwerken van het verankeringspatroon van de spouwankers.

 

Klik hier voor een ingescande versie van het artikel in de Aannemer. 

Share

Steffie

Metselwerk Adviseur bij Metselwerk Adviesbureau Vekemans

You may also like...